Verlangen_bevrijding_of_verleiding - Kom Op eigen koers, Amersfoort

Op eigen koers relatietherapie
Op eige kompas relatietherapie
Op eigen koers relatietherapie
Op eigen koers
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Verlangen: bevrijding of verleiding?

Regelmatig leid ik mijn klanten van buiten naar binnen via de weg van "toedekkende emoties", de pijn die daaronder zit, de gefrustreerde behoefte waar deze uit voortkomt en het diepe verlangen dat daar onder schuilgaat. Het herontdekken van dat verlangen lijkt veel levenskracht te geven en lijkt mensen uit te nodigen “ja” tegen het leven te zeggen, ook al worden hun behoeften niet allemaal vervuld. Maar nu zegt Boeddha dat verlangen een van de drie vergiften is die mensen verleiden om verder in de knoop te gaan in plaats van dat ze bevrijding brengen. Hoe zit het nu eigenlijk met “verlangen”? Help ik mijn klanten nu van de regen in de drup? Voor mijzelf is dit op het ogenblik ook een belangrijk punt in mijn werk en in mijn persoonlijke ontwikkelingstocht. Ben ik mezelf zand in de ogen aan het strooien met mijn verlangen om mij te laten leiden door mijn hart?

Zo goed als alle klanten die een beroep op mij doen, komen in zeer uiteenlopende bewoordingen met de vraag: ik ben mezelf kwijtgeraakt en dat voelt bedonderd; hoe kan ik mezelf weer vinden en het geluk van het leven weer proeven? Veel mensen lijken op zoek naar zichzelf en naar meer geluk. Het leven voldoet dan niet aan de verwachtingen. Het gedroomde resultaat blijft uit. Het doet pijn. Waar blijft het beloofde land dat Mozes in het vooruitzicht stelde? Waar blijft het Koninkrijk Gods dat Jezus ons beloofd heeft? Waar blijft het geluk dat Boeddha en Tich Nhat Hanh ons voorspiegelt? Omdat geluk in het leven zo aanlokkelijk is, nodigen deze vooruitzichten sterk uit om resultaat­gericht in het leven te staan. De levensvraag wordt dan: hoe Aangetrokken door het lichtvind ik mezelf weer terug en hoe word ik gelukkig? Dat richt mijn focus op wat er nog niet is en wat hopelijk komen gaat. Ik ga mijn armen verlangen/verlengen om in de toekomstige tijd te pakken wat ik zo graag wil hebben. Het verschil tussen wat ik heb en wat ik had willen hebben, veroorzaakt mij pijn. En het gaat wat mij betreft niet alleen over "hebben". Ook het verschil tussen wie ik ben en wie ik had willen zijn, veroorzaakt mij pijn. En die pijn kan mijn verlangen naar mezelf en naar geluk juist heftiger maken, waardoor mijn focus op resultaat sterker kan worden. De verleiding om eindelijk mezelf te zijn en om gelukkig te zijn heeft mij dan in de ban, waardoor ik juist niet gelukkig word maar gevangen zit. Ik realiseer me dat ook mijn verlangen om in mijn leven ook spirituele zaken een plek te geven op dezelfde manier mijn valkuil kan zijn. Als ik volger wordt van een spiritueel meester en zijn aanwijzingen opvolg, word ik verontwaardigd op hem als het niet het gewenste effect heeft. Hij valt dan van zijn voetstuk, waar ik hem nota bene zelf op heb gezet.
Hier ligt voor mij een dilemma: moet ik mijn verlangen naar persoonlijke ontwik­keling en geluk in het leven opgeven, of is hier iets bijzonders aan de hand met "verlangen"? Dit intrigeert mij en ik heb er geen pasklare oplossing voor. Kijk je met me mee? Voel je met me mee? Ik schrijf dit artikel als uitnodiging tot een dialoog.
Het dilemma leidt mij bijna vanzelf tot de vraag: zijn er verschillende soorten verlangens? Gemakshalve onderscheid ik voor dit artikel slechts twee soorten verlangens: verlangen dat de afgescheidenheid versterkt en verlangen dat verbinden en leven in eenheid versterkt.


Verlangen dat de afgescheidenheid versterkt
Kijk ik naar de boog van Zinker, dan zie ik dat het gaat om de natuurlijke wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving. Voor mij is een belangrijke vraag wat het ego daar doet en of dat ego wel nodig is. Als er geen belemmeringen zijn verloopt die wisselwerking goed en worden impulsen die uit onrust voortkomen gemakkelijk herkend en neemt de persoon die in goede wisselwerking staat met zijn omgeving als vanzelfsprekend actie om die impulsen te gehoorzamen. Als die impulsen niet leiden tot vervulling van de behoefte ontstaan er nieuwe impulsen. De wisselwerking blijft. Er is geen gevoel van tekort. Als een van de in de gestalttherapie bekende belemmeringen in die wisselwerking optreedt komt de vervulling op zijn minst op losse schroeven te staan, als de belemmering er al niet voor zorgt dat er juist gebeurt waar je bang voor bent. Er groeit een gevoel van tekort. De mens ontwikkelt dan vanzelf creatief gedrag om de behoefte of een surrogaat of in ieder geval de belangrijkste behoefte van dat moment zo goed mogelijk vervuld te krijgen. De belangrijkste behoefte lijkt eigenlijk altijd “verbinding”. In het geval van tekort zie ik de eerste prioriteit veel verschuiven naar “veiligheid”, een poging tot het veilig stellen van het “ik”. Hét onuitgesproken verlangen wordt dan: “hoe kan ik het redden zonder me bloot te geven?” Mijn afgescheidenheid is dan voor mij een feit en alles wat ik vanuit die vooronderstelling doe versterkt die overtuiging. Hier bijt de slang in zijn eigen staart. En omdat dit pijn doet gaat hij ter verdediging nóg harder bijten.

Het woordbeeld van “verlangen” drukt taalkundig helder uit dat ik mezelf langer maak en uitreik naar iets dat nog niet binnen mijn bereik ligt. Ik heb me verstopt in mijn schulp en probeer met mijn lange armen daarbuiten toch te pakken wat ik nodig heb. Hierin ligt de suggestie dat de tijd en mijn inspanning mij kunnen brengen wat er nog niet is. Mijn verlangen is dan mijn beeld van de toekomst te realiseren, en de illusie is dat het werkelijkheid wordt als ik het maar met voldoende aandacht en vasthoudendheid en doorzettingsvermo­gen en discipline nastreef. Het beeld van de toekomst is dan mijn kompas en gaat mijn koers bepalen. Dit is een manier van leven die mij zeer vertrouwd is. Het is de illusie dat ik zelf de koers van mijn leven kan bepalen. Een illusie die op het ogenblik in onze maatschappij een hoge vlucht neemt. En als het me een aantal keren goed gelukt is, voel ik mijn zelfvertrouwen groeien. Zo groeit de illusie van mijn “ik” en dat “ik” het wel red. Wat ik ook goed ken is dat de vasthoudendheid, het doorzettingsvermogen en de discipline gemakkelijk leiden tot gedrag waarbij ik mezelf en anderen ga forceren, wat meer pijn en minder geluk met zich meebrengt, ook al haal ik het door mij gewenste resultaat. Wat er met mijzelf en tussen mij en de mensen en de wereld om mij heen gebeurt is naar de achtergrond geraakt. Er zijn wel allerlei manieren om het geforceer een vriendelijk jasje te geven (ik zie dat bij veel managementtrainingen gebeuren), maar dan blijft het de illusie voeden dat ik mijn leven zelf kan maken. En het kijken vanuit afgescheidenheid wordt steeds maar versterkt. Belangrijk effect van deze manier van kijken is, dat mijn verlangen de vorm heeft van een toekomstig resultaat, waardoor mijn aandacht steeds op de toekomst gericht is. Waar mijn aandacht is, daar ben ik. Dus ik leef dan voortdurend in de toekomst. En, of ik nog goed bezig ben wordt bepaald door het antwoord op de vraag "brengt dit mij dichter bij het beoogde resultaat?" Als ik zo in mijn leven sta bevestig ik steeds de afgescheidenheid tussen nu en straks en tussen jou en mij. Mijn persoonlijkheid, de waarde van mijn “ik”, wordt bepaald door wat ik doe en de resultaten die ik behaal. Bijzonder van deze levenshouding is hoe sterker de nadruk op het “ik” wordt des te minder voel ik mij verbonden met de wereld om me heen én met mezelf. Dit leidt daarom op een natuurlijke manier naar het gevoel dat ik niet alleen eenzaam ben maar ook mezelf kwijt ben en niet meer weet wat de zin van mijn leven is. Niet in verbinding leven leidt vroeger of later tot een niet houdbare pijn die de weg naar verbinding vanzelf terug wijst.

Bovenstaande beeld zie ik veel terug bij paren die om relatietherapie vragen. Ze hebben zich in de verliefde fase een beeld van de toekomst gevormd. Daar gaat hun verlangen naar uit. Ze zijn zich door pijnlijke ervaringen voor elkaar gaan afsluiten. Vaak zijn dat pijnlijke ervarin­gen die oude pijn omhoog halen. Hoe groter de pijn, des te sterker trekken ze zich terug in hun schulp. Me kwaad maken zodat de ander terug deinst is ook een vorm van die schulp. In zo’n situatie wordt verlangen vaak vertaald naar eisen, ook al wordt dat vaak verpakt in redelijke, vriendelijke en ook wel zorgzame en opofferende verpakkingen. Dan is het moeilijk te herken­nen, zeker als je er zelf in zit. Door met zo’n paar te kijken naar wat ze doen wordt snel helder dat al hun inspanningen leiden tot nog meer afstand, waardoor ze elkaar juist kwijt gaan raken in plaats van dat ze zich verbonden voelen. Maar hoe kunnen we ons dan verbonden voelen, is dan steevast de vraag. Vertel me wat ik moet doen. De verleiding is dan groot om dat paar te trainen in communicatie of ze inzichten mee te geven. Het kennen van de regels voor goede communicatie en het begrijpen wat er gebeurt is inderdaad handig, maar ik zie vaak dat dit niks helpt. Als de partners hun verlangen verplaatsen naar een nieuw resultaat, “verbonden­heid”, en therapie hen nog meer instrumenten geeft om in hun schulp te blijven zitten en de ander te verleiden te doen wat zij zelf nodig hebben, raken ze van de regen in de drup.
Hetzelfde zie ik gebeuren bij volgelingen van Mozes, Jezus, Allah, Krishnamurti en Boeddha. Door de woorden van die meesters te verheffen tot regels om elkaar voorspelbaar te maken en te controleren, en door namens zo’n meester of zelfs namens God de ander te overheersen, blijven ze de afgescheidenheid en daarmee de pijn in de wereld vergroten. Ik noem dit de wonderbare shitvermenigvuldiging.


Verlangen dat verbinding versterkt
Waar gaat het dàn om bij het verlangen naar “verbondenheid”? Simpel gezegd gaat het voor mij om het afbreken van de schulp en het opheffen van de illusie van een “ik” en een “jij”. Ja maar, komen we dan niet in een symbiose terecht? Is het mogelijk om de grenzen van mijn “ik” op te rekken tot “wij” zonder dat ik mezelf kwijt raak? Wie gaat dan bepalen wat goed is voor het “wij”? Raak ik dan niet mijn eigen autonomie en authenticiteit kwijt? En zo bijt de slang weer in zijn staart. De angsten hebben betrekking op het verliezen van het “ik”, terwijl ik mezelf juist kwijt blijk te raken als ik niet in verbinding leef. Dus als iemand therapeutische begeleiding vraagt is hij in de afgescheidenheid zichzelf al zo ver kwijtgeraakt dat de vraag juist zou moeten zijn “hoe ik mezelf weer kan vinden?”

Drie groeifasen

  1. Verlangen naar veiligheid. Als ik naar mijn persoonlijke leven kijk kan ik daarin drie fasen onderscheiden die te maken hebben met mijn ontwikkelingstocht, ofwel ontmoetingstocht. De eerste fase is die van de toedekkende emoties waarmee ik mij onzichtbaar maakte en mijn kwetsuren toedekte, mezelf beveiligde, wat tot consequentie had dat ik ook mijn werkelijke behoeften bleek toe te dekken. In deze fase móet ik veel: ik moet me neerzetten, ik moet doen wat van me verwacht wordt, ik moet me waar maken ofwel mijn waarde aantonen. Ik moet me op de kaart zetten zodat anderen me serieus nemen. Ik wil gezien worden en meetellen. Ik zet vooral mijn beste beentje voor. Een en al verlangen, dus, om me te onderscheiden.
  2. Verlangen naar verbinding en leven vanuit mijn hart. De tweede fase is die van het ontdekken van mijn behoeften en verlangens, waarbij ik me aanvankelijk liet leiden door mijn behoeften. Vooral bij frustratie van die behoefte leerde ik dieper kijken naar de eigenlijke verlangens die daaronder zaten en die ik in mijn hart droeg. In deze fase is voor mij vooral de vraag belangrijk geweest hoe ik mij toch door mijn hart kan laten leiden in plaats van me te laten verleiden door de behoeften en de toedekkende emoties. Het leven met deze vraag heeft mij veel verdieping opgeleverd. Het heeft me geholpen bij de verschuiving van behoefte­georiën­teerd naar meer zijnsgeoriënteerd in het leven staan. Maar ik ben me gaan realiseren dat ook dit verlangen gericht is op iets dat er nog niet is: de wens om een goed mens te zijn en vanuit mijn hart te leven. En dat is vaak best wel hard werken. “Verbeter de wereld en begin bij jezelf”. Het verlangen naar een goede wereld heeft nog een predikersgehalte dat me het recht lijkt te verschaffen ook anderen te vertellen hoe het moet. Daarin kon ik mezelf erg serieus nemen, maar het effect was dat anderen mij juist steeds minder serieus namen. En terecht. Dus als ik zo met mijn verlangen om ga bevestig ik wederom de afgescheidenheid. Ik heb de indruk dat juist dit voor mij de derde fase in mijn ontmoetingstocht heeft ingeluid.
  3. Leven in eenheid; het leven zien zoals het is (wat ik zie als het hart van gestalttherapie). Moet ik er eigenlijk wel wat van vinden, van wat goed is of niet? Doet het er eigenlijk toe wat ik ervan vind? Wat doet het er eigenlijk toe dat er een “ik” zou zijn die er wat van vindt? De natuur is een groot verbonden geheel en kent zijn eigen processen. Ben ik niet gewoon een van de vele manifestaties waar die processen toe kunnen leiden? Is datgene waar ik “ik” tegen zeg slechts de golf die met zijn golfarmpjes rond spartelt om zijn hoofd boven water te houden? Als die golf beseft dat hij water is kan hij stoppen met zijn overlevingsstrijd. Dat geeft hem de ruimte om pas echt te zijn, bevrijd van overlevingsstrijd, en te kijken naar de verschillende manifestaties die mogelijk zijn. Dan is vergelijking niet nodig om te bestaan. Dan is een “ik” niet nodig om te zijn. Is het leven eigenlijk meer dan het in bewustzijn mogen bijwonen van al deze kleurrijke manifestaties?

Het is mijn werk als therapeut dat mij voortdurend op het belang van deze vragen en beelden wijst. Het gaat niet om wat ik ervan vind. Ik zie telkens weer dat elk mens een manifestatie is van vele proces­sen waar hij mee te maken heeft. En ik krijg voortdurend de bevestiging dat het met de klant samen kijken naar die proces­sen en het onderkennen van hun werking meer therapeutisch effect heeft dan wanneer de klant vanuit zijn pijn of verlangen intervenieert in die processen. Is therapie eigenlijk wel meer dan slechts het door los te laten ruimte geven aan de natuurlijke processen zodat die ongehin­derd hun werk kunnen doen en je er zelf naar kunt kijken? Ook voor mijzelf gaat dit steeds meer leven.


Drie fasen, drie posities. Deze drie groeifasen hebben zich in mijn leven in chronologische volgorde laten zien. In de eerste fase draait het om “verbeter de wereld en begin met de ander”. De tweede fase gaat over “verbeter de wereld en begin met jezelf, maar vergeet vooral ook de ander niet”. In de derde fase zie en neem ik de wereld zoals hij is. Daar laat ik mij geen oogkleppen aanmeten door verlangen, verwachting, voorkeur of afkeer. Niet meer verblind door verlangens kan ik beter kijken en me beter afstemmen om te zien wat me te doen staat.

Tegelijkertijd zie ik een gelijktijdigheid; dat ik helemaal terug kan vallen in de manier van beleven en kijken die hoort bij de eerste fase als een situatie bij mij een oud zeer raakt. Dan klikken op slag mijn oude toedekkende patronen aan. Dan ziet de wereld er weer uit als toen, alsof ik weer terug bij af ben. Zo kan ik, wanneer ik pijnlijk in mijn hart geraakt wordt, plotseling weer de corrigerende betweterige prediker zijn. Voor mij betekent dit dat de positie waarin ik zit, bepaalt hoe ik kijk en de dingen aanpak. Dat geldt ook omgekeerd: wat ik zie in mezelf en in de wereld wordt bepaald door de positie van waaruit ik kijk. Wat me wezenlijk verder helpt is dat ik én kan zitten in het beperkt bewustzijn én tegelijkertijd vanuit de derde positie met compassie kan kijken naar hoe ik weer loop te stuntelen. Juist dit kijken is pokon voor mijn spirituele groei.

Bevrijding of verleiding
Als het gaat om deze bevrijding, dan lijkt alles wat de illusie van het bestaan van een ik en de macht ervan bekrachtigt, de verkeerde kant uit te gaan. Daarmee wordt de illusie gevoed dat het gaat om de golven in plaats van om het water, dat het gaat om de afgescheidenheid en het onderscheid tussen jij en ik en tussen toen en straks, goed en fout, macht en onmacht. Bevrijding van de identificatie met het ego is dan bevrijding van de afgescheidenheid en het bestaansrecht dat op afgescheidenheid of onderscheid is gebaseerd. Als het mij om deze bevrijding gaat is het mij helder dat elk verlangen mij van de regen in de drup helpt. Het verlangen naar deze bevrijding is dan als de slang die zich in zijn eigen staart bijt; onmogelijk dus. Zoeken naar bevrijding is voor mij inmiddels wezenlijk anders, dan bij alles wat ik doe steeds diep voelen of het klopt met wie of wat ik eigenlijk ben? Tja, maar dan verlang ik toch eigenlijk ook, maar dan naar goede realisaties van wie of wat ik ben. Het gaat mij dus niet zozeer om het woord “verlangen” zelf, hoewel het woordbeeld daarvan wél de afgescheidenheid bevestigt, maar om afgescheiden zijn of in verbinding.

Slotakkoord: ik realiseer me dus dat therapeutische begeleiding die mensen steeds helpt aan een nieuw verlangen en nieuwe doelgerichte acties waarmee het vertrouwen in hun “ik” versterkt wordt, gemakkelijk leidt tot nieuwe desillusie en nieuwe pijn. Ik voel mij door dit inzicht voortdurend uitgenodigd om te kijken naar mogelijkheden om het kijken vanuit afgescheidenheid eerder los te laten, om me eerder over te geven aan het smeltpunt, het moment waarop ik de verkramping loslaat en daardoor in de zachtheid vanuit een diep besef kijk en weet hoe het zit, het punt waarop het ijskristal weer samenvloeit met het water en de golf zich realiseert dat hij water is. Alles wat dat diepe en onnoembare besef wakker kan maken helpt een mens om zijn kompas af te stoffen en het helder af te lezen. Levensbeslissingen worden genomen op basis van dat kompas. Dat bepaalt of je op eigen koers zit. En, wat je voelt, hoe handig of hoe slim je ook bent, dit zijn eigenlijk slechts mooie instrumenten om een goede vorm te vinden en om het handig aan te pakken. Dan kan de stilte de bron van inspiratie zijn terwijl de actie de mogelijk­heid geeft om die inspiratie vorm te geven.

Ik weet dat er vele wijze boeken hierover geschreven zijn. Ze vertellen me niet hoe ik dat onnoembare besef wakker kan maken. Als ik ze lees kan er wel iets in mij gaan trillen, mee resoneren, waardoor dat besef zich aandient. Zo zou het mooi zijn als dit artikel kan leiden tot een dialoog die dat besef bij de deelnemers wakker kust, zodat de wijsheid die we allemaal in ons dragen, weer levend kan worden. De vraag die ik voor die dialoog inbreng is: hoe kan therapie mensen helpen te leven vanuit het besef dat ze niet de golf maar het water zijn?


Literatuur:
  • “De vreugde van verlichting” van Hans Laurentius ISBN 90-202-7021-4
  • “Op weg met de Bhagavat Gita” deel 1 en 2 van Mansukh Patel, ISBN 90-805999-5-6
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu