Herkenbare groeifasen in liefdesrelaties - Kom Op eigen koers, Amersfoort

Op eigen koers relatietherapie
Op eige kompas relatietherapie
Op eigen koers relatietherapie
Op eigen koers
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Diensten > Relatietherapie
Groeifasen in liefdesrelaties

De mens is een sociaal dier. Hij neemt zijn positie in en voelt zijn bestaansrecht door zijn relatie met de mensen en de wereld om hem heen. Zo krijgt zijn leven inhoud en betekenis, en zo krijgt hij zelf een plek. Je plek niet kunnen vinden geeft een gevoel van zinloosheid. Het innemen van je plek in het leven is een levenslang proces. Dat draait om het verlangen naar leven in vrijheid en liefde, en met name om de vraag wat je wilt offeren voor een plek, de vrijheid of de liefde. Vrijheid wordt vaak gezien als de mogelijk­heid om los van de ander zelf te bepalen hoe je je leven inricht. En in een liefdevolle verbinding mag je verwachten dat je ook rekening houdt met de ander. Voor veel mensen voelt dit alsof vrijheid en liefde elkaar uitsluiten. Of – of. 

Vergelijkbaar met sommige spinnen waarbij het mannetje de keuze heeft om met haar te paren en daarna door haar opgegeten te worden, of hij blijft leven maar dan krijgt hij haar liefde niet. In dit groeiproces van relaties zijn drie kenmerkende fasen helder te onderscheiden. Dit artikel vertelt over die drie groeifasen van de mens in zijn liefdesrelaties. Maar ze geven evenzogoed inzicht in kind-ouder-relaties, in werkrelaties, in organisaties en bedrijven, en in de manier waarop wij ons land besturen en naar onze indruk ook in de groei van de mensheid.

De drie fasen
  1. De wederzijdse afhankelijkheidsfase: Ik wil er zó graag bij horen en voelen dat je van me houdt en dat ik wat voor je beteken, dat ik daarvoor een grote prijs wil betalen: de vrijheid om mezelf te zijn. En ik kan voelen dat jij van me houdt als je mij belangrijk vindt en mij begeert. Dan voel ik dat ik ertoe doe. Dat is wat ik van jou nodig heb. Zo maak je mij gelukkig. Dan wil ik alles voor je doen.
  2. De onafhankelijkheidsfase: Ik vind de vrijheid om mezelf te zijn zó belangrijk, dat ik op de koop toe neem als jij niet van me houdt. Ik heb jou (jouw liefde) niet nodig omdat ik voor mezelf zorg (van mezelf houd). ”Ik hou van jou” betekent dat je mij niet gelukkig hoeft te maken, dat doe ik zelf wel, en dat jij jezelf mag zijn. Onze relatie kan een prettige deal zijn. Persoonlijke grenzen zijn belangrijk.
  3. De verbindingsfase (ook wel de natuurlijke fase te noemen): Wij zijn wie we zijn; ik hou van ons; ik vier onze verbinding. Het beknotten van die vrijheid en het tegenhouden van de liefdesstroom is onnatuurlijk en veroorzaakt pijn. Daarmee forceren we wat er van nature is. Daarmee doen we onszelf en onze verbinding geweld aan. In deze verbinding is er alle vrijheid om de liefde te laten stromen waardoor ieder zich thuis kan voelen. Waarin ieder de liefde kan voelen door in vrijheid lief te hebben.

Laten we ze eens nader beschouwen:
De wederzijdse afhankelijkheidsfase
De onafhankelijkheidsfase
De verbindingsfase


De wederzijdse afhankelijkheidsfase 
In de eerste fase is je blik erg naar buiten gericht, op zoek naar liefde. Centraal staat je afhanke­lijkheid van de vervulling van je behoeften door de ander. Je verleidt elkaar door te geven wat de ander tekort komt en nodig heeft. Als de ander jouw wensen vervult, voelt het als bevestiging en liefde. Je hebt een partner nodig om je heel te voelen. Deze deal voelt niet alleen alsof het liefde is, hij geeft ook veiligheid. Geborgenheid, normen, groepscultuur en voorspel­baarheid zijn belangrijk. Vrijheid wordt verkregen door het vergaren van geld, goederen en relaties. En je spant je in om liefde te krijgen en te mogen geven door het de ander naar de zin te maken en voor de ander beschikbaar te zijn zolang de hoop er is dat de ander je wensen vervult. In relaties ben je bijvoorbeeld uit op voedsel, seks, geld, macht, erkenning, respect, aandacht en bewondering. En juist het “van de ander willen krijgen” maakt je afhankelijk van je omgeving en trekt je aandacht naar buiten. Je zal in eerste instantie een relatie krijgen met een partner die mét jou in de afhanke­lijkheid stapt. Sterker nog, iemand die belangrijke behoeften langere tijd niet vervuld heeft gekregen, zal in een ontmoeting met een ander die deze behoeften als vanzelf vervult, op slag verliefd kunnen worden. Bijzonder als de ander “blijkbaar” vanzelf aanvoelt wat je nodig hebt, zelfs zonder dat je erom vraagt. Dat móet wel liefde zijn. Heel gelukzalig dus, dit surrogaat van liefde. Het is deze afhankelijkheid die lange tijd heel fijn en veilig blijft voelen zolang beide partners elkaars behoeften ongevraagd en desnoods met wat druk blijven vervullen. Partners in deze fase hebben vaak de intentie om elkaar gelukkig maken. Niks mis mee, ook als dat je leven lang duurt. Je wilt immers eeuwig bij elkaar blijven, of toch op zijn minst tot de dood je scheidt. Veel liefdesparen blijven in deze fase, naar volle tevredenheid.

Zolang je maar aan de normen en verwach­tingen binnen de relatie voldoet, hoor je erbij en ben je verzekerd van je plek. Maar een mens verandert in de loop van zijn leven, en daarmee veranderen ook de behoeften en de verwachtingen. En zolang de partner daarin meegroeit, blijft het veilig. Maar als de behoeften en verwachtingen gaan verschillen, kan de relatie op een hellend vlak komen. Dat is niet goed voor de lieve vrede.

Elkaar houden aan de ongeschreven norm maakt dat ieder die zich niet aan die norm houdt, verwijten krijgt, de schuld kan krijgen van de ruzies die daaruit voort komen, alleen komt te staan en zijn plek kan verliezen. Dat maakt het vaak moeilijk om je aan deze afhankelijkheid te ontworstelen.

Het kan gebeuren dat de vraag zich gaat opdringen wat belangrijker is: trouw zijn aan de ander waardoor je hem en je plek bij hem niet kwijt raakt (maar dan wel jezelf kwijt raakt), of trouw zijn aan jezelf ten koste van je plek die de ander je toekent? Als een partner zich minder aan de norm wil conformeren en meer trouw wil zijn aan zichzelf, is de relatie voor de ander plots heel onveilig en voelt voor hem als liefdeloos. Je plek bij de ander is je basis, je bodem. Als de ander niet meer “van je houdt”, kan de grond zomaar onder je voeten vandaan zakken. Dan ben je je thuis kwijt. De ander is van levens­belang. Daarom kan afwijken van het vertrouwde patroon in deze fase zo’n heftige gevoelens oproepen. De ander kan hierdoor ernstig gekwetst en wantrouwig worden en volledig van slag raken. Alsof de deal van de relatie de bodem van het bestaan is. Met uitspraken als “doe normaal, joh” en met verwijten, gekwetstheid en boosheid zal de gekwetste proberen om de ander weer terug te duwen in het vertrouwde gareel. Of hij gaat zich helemaal voegen naar de wensen van de ander, om te voorkomen dat die hem in de steek laat. Maar juist deze crisis kan voor de partner die de kussens opschudt de opmaat naar de volgende fase zijn. En het is een uitnodiging aan de gekwetste om mee te groeien.
In de afhankelijkheidsfase doe je elkaar geen pijn omdat je van elkaar houdt. En tegelijkertijd kunnen er van binnen veel emoties spoken, wat je maar liever vóór je houdt om de relatie niet op tilt te zetten. Bij de overgang naar de tweede fase wordt het belangrijker om jezelf trouw te kunnen zijn, ook als dat voor de ander pijn met zich mee brengt. 

De onafhankelijkheidsfase 
De tweede fase ziet er heel anders uit. Deze draait om “trouw aan jezelf zijn” en om helder te krijgen wie je bent, zodat je zelf kan bepalen welke plek jou past en die plek in kan nemen.
Enerzijds wil je in deze fase los van je omgeving vrij zijn om jezelf te zijn. Anderzijds wil je wat de liefde betreft niet afhankelijk zijn van de ander. Je wil geen macht uitoefenen op anderen, maar de macht hebben om jezelf te zijn en jezelf lief te hebben. Je wil niet méér hebben, maar béter zijn. Je wilt authentiek zijn, verantwoordelijk voor jezelf, je eigen leven richting geven, je eigen beperkingen overwinnen en jezelf als waardevol zien. De tweede fase wil je groeien in bewustzijn en je bevrijden van de beperkingen die je historie met zich meebrengt. Je investeert in een persoonlijke zoektocht. Je bevrijden van je oude beschermingsreflexen, zodat je zelf kan bepalen hoe je handelt. Zo pak je je vrijheid weer terug. Afrekenen met oude pijn en in je kracht gaan staan. Je bent jezelf de baas, authentiek en compleet, volledig verantwoordelijk voor je eigen geluk, blij met jezelf en je bepaalt zelf aan wat en wie je je liefde schenkt. Je wilt jezelf transformeren en met passie de wereld verbeteren van een wereld vol tegenstellingen tot een paradijs. Je kan een “prediker” worden.

De relaties die je in de tweede fase aangaat zijn relaties waarbij beide voor zichzelf verantwoordelijk blijven en beide elkaars vrijheid respecteren en waarin ze wat de liefde betreft niet afhankelijk van elkaar zijn. Je verleidt elkaar door te laten zien wie je bent en dat je interessant bent. Je hebt een partner nodig om aan te groeien. De partners kunnen elkaar aanmoedigen om elk een eigen zoektocht uit te voeren. Als een partner een probleem in de relatie met de ander ervaart, zal de ander erop wijzen dat dit niet zíjn probleem is en dat de partner dat dus zelf op moet lossen; een nieuwe kans om te groeien. In deze fase nemen mensen een gelijkwaardige positie in en kunnen ze in principe steeds zonder elkaar. Liefde is: de gelijkwaardigheid en elkaar vrij laten zichzelf te zijn. Ze zijn vrij van elkaar en weten zich niet verplicht om elkaar gelukkig te maken en om aan elkaars niet uitonderhandelde verwach­tingen te voldoen. Ze onderhandelen met elkaar om hun relatie gelijkwaardig te houden. Ze bewaken zorgvuldig hun eigen grenzen en die van de ander. Het heeft er alle schijn van dat sinds de flowerpower­tijd en in een maatschappelijke periode van individua­lisering veel paren naar volle tevredenheid naar deze fase zijn doorgegroeid.

Ook deze fase kan uitmonden in een nieuwe beweging (een crisis is lang niet altijd nodig). Na enige tijd kan namelijk blijken dat de prijs die je voor de grote persoonlijke vrijheid betaalt, groot is. De passie om jezelf en de wereld steeds maar te verbeteren en de oordelen die daarbij nodig zijn, putten uit en verleiden steeds tot sterk zijn en actie waardoor je je gemak en je zelf verliest. Als je een beeld hebt van wie je bent, kan dat beeld je ook beperken en gevangen houden.
En in relaties staat de behoed­zaamheid de intimiteit in de weg. Namelijk door het vermijden van grensconflicten raken de partners elkaar niet meer. Door de grensconflicten worden de grenzen verstevigde scheidingen. Grenzen zijn echter niet alleen ter verdediging van de vrijheid om jezelf te kunnen zijn, maar het zijn ook je contactorganen. Als je je niet laat raken, is er ook geen verbinding maar slechts een verstand-houding. De relatie is geen warme liefdevolle plek. Dat maakt de relatie saai. Nieuwsgierig­heid maakt plaats voor onverschilligheid, verontwaardiging, kilte en eenzaamheid. En dat ondanks een intensieve zoektocht. Vrijheid en warme liefde lijken dan ook in deze fase niet te verenigen. En zo groeit de mens vaak heel natuurlijk naar fase drie.

De verbindingsfase 
In de derde fase is je blik gericht op wat er is, zonder van jezelf of je omgeving iets anders te willen maken. En pijn is hét signaal is dat je de ander of jezelf teveel naar eigen hand hebt willen zetten.
In relaties van de derde fase laat je je aan elkaar zien, voel je je thuis in intimiteit, dicht bij jezelf; en je kan ook dichtbij bij elkaar komen, elkaar raken in blijdschap en pijn. Wat er ook geraakt wordt, je kan daar samen met liefde mee om gaan, ook als de pijn zo rauw is dat je er boos van wordt. Je hebt een partner om je liefde mee te delen. Samen kan je de liefde voelen en voeden door in vrijheid lief te hebben. Een bekoorlijk en aantrekkelijk feest voor twee, waar behoedzaamheid niet nodig is. Een eerbetoon aan de verbinding waarbij je samen de liefde en de vrijheid leeft die er van nature is.

In deze fase heeft de mens zich bevrijd van wie anderen willen dat hij is, en bevrijdt hij zich van wie hij zelf wil zijn en van zijn zoektocht om zichzelf te verbeteren en zijn oordeel over zichzelf. Je hoeft niet meer helder te krijgen wie je bent. Ook zonder dat te weten kan je voelen of je jezelf trouw bent. Je maakt je vrij van je eigen beperkende verwachtingen en levensdoelen, waardoor je je pas echt in vrijheid en liefde kan verbinden. Dit is de fase waarin je niet meer zoekt naar de liefde die je wil krijgen, noch de liefde die je jezelf wilt geven, maar ontdekt dat het al voldoende is als je je vrij voelt om de liefde te laten stromen.
Relaties in deze fase lijken het paradijs, maar de partners leven evenzogoed met pijn, twijfel, onzekerheid, tegenslag en onveiligheid. Hét grote verschil met fase twee is dat je in deze fase geen energie verdoet aan verzet ertegen, of aan krampachtige neigingen om het weg te maken, of te willen snappen en op te lossen. Er is wat er is. Je volgt het hart en als er iets niet klopt, kijk je hoe je vanuit het hart en door aan te sluiten bij de dynamiek daar verstandig en handig mee om kunt gaan, zonder je hard te maken of je ertegen te wapenen en ten strijde te trekken.
Dit is de fase waarin je ontdekt dat het niet meer nodig is om aan jezelf te werken en je best te doen, maar dat het voldoende is om je dingen te doen vanuit een moeiteloos aanwezig zijn, zelfs als je hard werkt, vol aandacht voor wat in en om je leeft. Je bent niet meer behoeftig of trots, maar toegewijd. Je raakt vertrouwd met de innerlijke rust van observerend en aandachtig aanwezig zijn. Het maakt je gevoelig voor de precisie waarmee je kan voelen wat er leeft en hoe je met situaties om kan gaan. Respons-able. Vanuit de innerlijke rust worden je handelingen authentiek en energiek en moeiteloos, zonder te forceren. Want door druk te zetten druk je de liefde eruit. Het gaat er in deze fase juist om dat de liefde vrijelijk kan stromen. Je leeft je hoogste prioriteit. Wie je bent en wat je doet, kloppen met elkaar.

Samengevat 
  1. Eerst ben je afhankelijk van de liefde en de vrijheid die je van de ander krijgt en die je elkaar geeft. De behoefte aan veiligheid en bevestiging heeft een grotere prioriteit dan jezelf trouw zijn. Je angst om die te verliezen en je gekwetstheid als je niet krijgt wat je steeds kreeg, zijn belangrijke verlei­ders om je aan te passen aan de ander en om elkaar bij te schaven of zelfs in de tang te nemen. Dat kan via verwachtingen en oordeel tot verzet en strijd leiden. Je kijkt naar de ander om je eigen waarde te zien.
  2. De vervulling van behoeften is nog steeds prettig, maar eerste prioriteit is dat je jezelf kan zijn. Je wilt jezelf leren kennen. In deze fase ben je afhankelijk van de liefde en de vrijheid die je jezelf geeft. Je kijkt naar jezelf om je eigen waarde te zien. Leidt gekwetstheid en boosheid in fase 1 alleen tot een oplossing als je ze inslikt of als de ander zich aanpast, in fase 2 is dat juist aanleiding tot zelfonderzoek. Je schaaft jezelf bij, verbetert jezelf en neemt jezelf mogelijk in de tang. Je regelt de liefde en vrijheid die je nodig hebt zelf. Dat kan via verwachtingen en oordelen die je jezelf oplegt leiden tot verzet en strijd.  
  3. In de derde fase leef je in het besef dat je helemaal authentiek jezelf bent als je de vrijheid neemt om de liefde te laten stromen. En dat is zo waardevol en aanstekelijk dat het een directe uitnodiging aan de ander is om dat ook te doen. Hier hoef je jezelf noch de ander te veranderen. Je krijgt geen liefde en vrijheid, je regelt het niet voor jezelf, maar je bent het. De behoeftevervulling en “jezelf zijn” zijn nog steeds prettig, maar niet meer de eerste prioriteit: het in vrijheid laten stromen van de liefde, wát er ook gebeurt. Zelfs gekwetstheid en angst je verlangen om jezelf te zijn, leveren geen kramp op maar herinneren je aan die eerste prioriteit. Je hebt in deze fase in wezen nog maar twee keuzemogelijkheden: je inner­lijke natuur volgen of die negeren.

Tot slot 
Dit 3-fasen-model is een beeld dat ons (auteurs) helpt ons inzicht te verwoorden.
Het bijzondere van deze drie fasen is dat je ze vaak aan de buitenkant niet kan herkennen. Paren in de eerste fase kunnen erg veel lijken op paren in de tweede of derde fase. Je kan het verschil vaak wel voelen. De fasen hebben dan ook vooral betrekking op de innerlijke houding, op de manier waarop de partners het beleven. Krijg je van de ander je plek, of neem je zelf je plek in, of heb je van nature je plek als de liefde in vrijheid kan stromen.
Daarnaast zien we dat een en dezelfde mens kan heen en weer schieten door de drie fasen. Als er pijn geraakt wordt is vaak de reactie je te beschermen; dan komt de verbazing over en nieuwsgierigheid naar je reactie op de pijn, en dan kan de liefde weer stromen.
Ook bijzonder is dat het in het leven van elk afzonderlijk mens heel natuurlijk en vanzelf­sprekend is dat hij in zijn jonge jaren afhankelijk is van zijn ouders. Dat hij in zijn puberteit zich vrij wil maken om zichzelf te zijn. En dat hij in de midlife-crisis, die wij (de auteurs) meestal de midlife-kans noemen, of een tweede puberteit door­maakt, of de kans grijpt om te ontdekken dat ook zijn leven eigenlijk gaat over het in vrijheid laten stromen van de liefde.


Amersfoort 6 december 2012


Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu