Leven vanuit het hart - Kom Op eigen koers, Amersfoort

Op eigen koers relatietherapie
Op eige kompas relatietherapie
Op eigen koers relatietherapie
Op eigen koers
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Leven vanuit het hart

Leven vanuit het hart: wat betekent dat? Het hart is iets wat elk mens in zich draagt. Het is een wijsheid, een besef, een notie die je laat weten of het klopt wat er gebeurt of wat je doet. Je weet dat dan, vaak zonder dat je daar direct woorden aan kan geven. En argumenten en verklaringen, laat staan wetenschappelijk bewijs, zijn daar niet voor nodig. Sterker nog, zodra je die notie, dat besef, probeert uit te leggen in argumenten en verklaringen, dan sla je de plank volledig mis. Dat veroorzaakt verwarring. Het hart laat zich niet vangen in termen van het verstand. En evenzogoed behoort het tot onze realiteit. En kan het in belangrijke mate bijdrage aan onze koers. Het hart helpt ons met de voeten op de grond te blijven en de realiteit te blijven zien. Leven vanuit het hart raakt alle facetten van het leven, en ook alle niveaus van organisatie van mensen.
In dit artikel beschrijven we “leven vanuit het hart” direct vanuit de menselijke ervaring omdat je dan het beste kan herkennen hoe het werkt. Leeswijzer: lees met name de eerste en laatste alinea’s; de tussen-alinea’s kunnen als stapstenen worden gebruikt. Na afronding van dit artikel inspireerde het ons nog tot allerlei aanvullingen. Die hebben we toch maar niet toegevoegd. Volg je eigen inspiratie.

Kompas en gereedschap
Als het hart je kan laten weten of het klopt wat er gebeurt, kan het je kompas zijn. Je hoeft het slechts af te lezen om je richting te bepalen. Je kan vervolgens je verstand en je handen (lichaam) gebruiken om het verstandig, slim en handig aan te pakken, en je sociale gevoel om dat in samenwerking te doen. Zo kan je ook je ego inzetten om dat wat het hart je ingeeft, in de materie zichtbaar neer te zetten. Het zijn belangrijke gereedschappen om zaken voor mekaar te krijgen. Maar ze kunnen niet bepalen waar we wijs aan doen. Ze kunnen veel materiële welvaart geven en veel dagelijkse behoeften vervullen. Maar het is het hart dat bepaalt of de materiële zorg ook bijdraagt aan ons welbevinden en ons geluk. Pas als je het hart voelt, kan je voelen of het klopt.

Aandacht voor het hart
Het hart is een notie die elk mens IN zich draagt. Het vraagt dus om de blik naar binnen te richten om te zien welke richting het hart wijst. In onze cultuur zijn we echter gewend om onze aandacht bijna voortdurend naar buiten te laten trekken. Zo raken we gefocust op wat anderen vinden, op hoe het hoort, en op de regels die door anderen bedacht zijn, en op mogelijkheden om onze behoeften vervuld te krijgen. Niet dat dit allemaal onbelangrijk is. Het punt is dat we elkaar daar zo op helpen focussen dat we het hart uit het oog verliezen. In onze cultuur is het ook gebruikelijk om over elkaar te oordelen. Dat roept veel behoedzaamheid en angst op, omdat oordelen als bedreiging wordt ervaren. Met name de bedreiging dat je niet jezelf zou kunnen zijn. Zo'n cultuur nodigt uit om meer bezig te zijn met mogelijke bedreigingen en dan ga je vanzelf naar buiten spieden in plaats van met aandacht naar binnen te gaan en te horen wat het hart je te zeggen heeft. Het hart spreekt heel zacht. Het wordt gemakkelijk overstemd door de drukte, de snelheid, het houden van de controle en het najagen van behoeften, wat in onze cultuur zoveel te zien is. Door de benauwenis die dit met zich meebrengt, zijn er steeds meer mensen die zich realiseren dat deze cultuur vervreemdend is: dat je vervreemdt van jezelf en van het hart. Dit is ziekmakend. De ziekte zegt dat je te ver van je eigen koers bent afgedwaald. Juist dan is het belangrijk om bij de pakken neer te zitten, terug te schakelen en te kijken of je jezelf nog wel trouw bent.

Teveel met je aandacht naar buiten leven, veroorzaakt dat je je door je omgeving laat leven en je jezelf en je eigenheid daarin kwijt raakt. Teveel met je aandacht naar binnen leven brengt met zich mee dat je gevoelig wordt voor het hart, maar het contact met je omgeving kwijt raakt. Het gaat dus om de balans tussen deze twee. De uitdaging is of je naar je hart kan blijven luisteren en tegelijkertijd inschatten en blijven handelen zoals in jouw situatie past. Zo is leven vanuit het hart lekker stevig met de voeten op de grond.


Het hart en het verstand
Als we door het verstand laten bepalen of het klopt wat er gebeurt, hebben we slechts de logica en de bedachte structuren en regels waar we ons aan kunnen meten. Is het bijvoorbeeld in overeenstemming met de regels van het verstand (bijvoorbeeld met juridische regels) dan is het goed; is het in strijd met die regels, dan is het fout. De wereld van het verstand nodigt uit om te oordelen. “Meten is weten” is in de verstandswereld een nuttig uitgangspunt. Maar als we met het verstand kijken naar zaken die zich van nature aan de regels van het verstand onttrekken, dan staan we met lege handen. Zo kan het gebeuren dat een rechter een juridisch volledig correcte uitspraak doet, en deze toch als onrechtvaardig wordt gevoeld.

Zo kan het omgekeerd ook gebeuren dat het hart een richting wijst waarvan het verstand zegt “dat is fout, dat is helemaal niet logisch”. Als verstand en hart met elkaar in tegenspraak zijn, geeft dat verwarring. In een cultuur waarin velen op het kompas van het verstand varen, is de verleiding groot om het verstand in zo’n verwarring te laten prevaleren. Dan is het goed om je te realiseren dat ze beide nodig zijn, dat het hart je zegt wanneer het klopt en je verstand vertelt hoe je het slim aan kan pakken. Dus “meten is weten” blijft voor het verstand een goed uitgangspunt, maar er is ook nog een ander weten dat niet op meten is gebaseerd.

Dialoog en discussie
Zo leven we in een wereld waarin “de discussie”, “het debat”, een hoge vlucht heeft genomen. Bij een discussie is belangrijk dat je de ander overtuigt van je gelijk, dat je sterke meningen hebt, dat je die kan onderbouwen met steekhoudende argumenten, redeneringen en verklaringen. Je kan ook je autoriteit en je macht inzetten om je gelijk te halen. De discussie leidt er in de regel toe dat je samen tot één waarheid concludeert. En daar moet ieder zich aan aanpassen. De discussie is vooral de arena van het verstand. En buitengewoon nuttig als het gaat om zaken die met de logica aangepakt kunnen worden. Echt een prima middel om met elkaar stevig te stoeien om iets te doorgronden en te begrijpen, en om te kijken wat verstandig is, om een goede verstand-houding op te bouwen.

Maar als het zaken betreffen waarvan het hart zegt dat er iets mis is, en die we niet begrijpen, komen we met de discussie niet ver; sterker nog, het brengt ons in de war en we komen heel gemakkelijk met onze verschillende visies tegenover elkaar te staan, waarbij elke discussiepartner zich niet gehoord voelt. Alsof ze allebei op de zeepkist staan, en er niemand luistert. Dat geeft afstand en maakt hard.

Zaken van het hart krijg je samen alleen helder met een dialoog waarin je om beurten je verhaal vertelt en samen naar woorden zoekt, net zolang totdat de verteller voelt “ja juist, hier gaat het om; dit is het”. Door de juiste woorden en beelden te vinden valt het kwartje. Dat is ook een manier van begrijpen, maar anders dan je met je verstand doet. In een dialoog heeft elk zijn eigen verhaal, zijn eigen beleving. Door die samen helder te krijgen, voelen de partners zich gehoord, worden ze zacht en komen ze dichter bij elkaar, meer in verbinding.


Wijsheid en geleerdheid
Het hart draagt wijsheid aan. Wijsheid is iets anders dan geleerdheid. Geleerdheid is wat je geleerd hebt van anderen en wat je begrijpt met het verstand; wijsheid is wat je in jezelf kan ontdekken, wat je begrijpt door de ervaring zelf op te doen en te voelen dat het kwartje valt. Geleerdheid nodigt uit om te oordelen; nodigt uit om te denken dat je weet hoe het moet zodat je anderen kan zeggen wat ze moeten doen. Het nodigt anderen uit om zich ondergeschikt te gedragen ten opzichte van iemand die geleerd heeft. Wijsheid oordeelt niet en nodigt uit om te doen wat bij je past. Geleerdheid is goed om intellectuele problemen op te lossen. Wijsheid biedt een betere basis om te zien welke zaken wezenlijk genoeg zijn om aandacht aan te geven en om te zien waar het eigenlijk om gaat, en welke problemen ons alleen maar gedoe brengen en ons verleiden tot de waan van de dag. Dus ook hier komt het weer neer op de balans.

Van geleerdheid wordt je knap, en van wijsheid zou je wel eens knap gelukkig en gezond kunnen worden. Daarom is er een groot verschil tussen met elkaar de dingen organiseren en regelen vanuit geleerdheid of vanuit wijsheid. En die twee kunnen elkaar prachtig aanvullen. Wijsheid zou je kunnen zien als je navigatiesysteem dat je de weg wijst, zonder te bepalen hoe je op weg moet zijn. En geleerdheid kan je gebruiken om op een slimme manier op weg te zijn.

Met geleerdheid kunnen we ingewikkelde dingen bedenken en begrijpen, maar dat maakt het leven vaak niet eenvoudiger. Als het over de zaken van het hart gaat, hanteren wij een eenvoudige basisregel: als het ingewikkeld is, doe je iets niet goed.

Oordelen
Het is niet alleen geleerdheid die uitnodigt om te oordelen. Ook gedrag dat afwijkt van onze cultuur en onze normen verleidt ons gemakkelijk tot oordelen, net zoals verwachtingen die we elkaar en onszelf opleggen. En als we ons daarbij gekwetst voelen, kunnen we vanuit onze emoties heftig oordelend zijn. Deze heftigheid is in de regel onredelijk (niet geschraagd door de rede) maar geeft wél een belangrijke boodschap, namelijk hoe heftiger, des te groter de gekwetstheid, des te belangrijker het verlangen dat niet vervuld wordt. Als we die heftigheid slechts afwijzen omdat hij onredelijk is, zien we die boodschap helaas over het hoofd en voelt de gekwetste zich niet gehoord. Dit geeft verwijdering.


Wijsheid en wilskracht
Het hart draagt wijsheid aan. Dat is iets anders dan wat je wilt. Wat je wilt, kan je bedenken. Dat is een wens die je in je hoofd kunt halen. Daarover heb je wat te zeggen. Maar je hebt geen zeggenschap over de wijsheid die je hart aanreikt. Wat die wijsheid betreft is je zeggenschap beperkt tot slechts één ding: ontvankelijk zijn voor het hart of niet.

Wat je wilt, kan je realiseren door je wilskracht gebruiken: ik wil …. Dat doe je dan op eigen kracht, wilskracht. Als je volgt wat je hart je ingeeft, komt er natuurlijke kracht van binnen vrij waardoor het lijkt alsof het je gemakkelijk af gaat. Dat is een natuurlijke energie die vanzelf vloeit. De natuurlijke dynamiek stelt veel meer energie beschikbaar dan je eigen batterij. Vergelijk het met de surfer die de dynamiek met de golven aangaat, daar heel precies op afstemt en zo de golven het meeste werk laat doen. Als je teveel op wilskracht doet zonder je af te vragen of dat wat je doet wel bij je hoort, kan je merken dat je er op den duur op leeg loopt, dat het dodelijk vermoeiend wordt. Langdurige moeheid roept dan de vraag op of je wel bezig bent met wat bij jouzelf hoort, of dat je je eigenlijk loopt te forceren.

Zweven of met de voeten op de grond
Waar veel van uitgegaan wordt is dat je met de voeten op de grond leeft als je verstandig bent. Toch is het verstand gezeteld in de bovenkamer van de uitkijktoren. Door je vast te houden aan de regels van het verstand, blijf je in menselijk opzicht juist zweven. Het hart vertelt je hoe het werkt in jezelf en tussen mensen, en daar heeft het verstand geen verstand van.

Leven vanuit het hart gaat over leven vanuit de vanzelfsprekendheid om jezelf trouw te zijn, en jezelf neer te zetten vanuit je authentieke kracht. Die kracht is nodig om het hart te blijven voelen, wat er ook gebeurt; om je eigen grenzen te blijven voelen en om je passie te vertalen in acties die ook echt passen bij wat het hart je ingeeft. Dat vraagt voortdurend om heel precieze afstemming met jezelf en je omgeving.

Als je dit gààt oefenen is het aanvankelijk nodig om vaart te minderen en af en toe bij de pakken neer te zitten. Maar hoe geoefender je hierin bent, des te groter wordt de actiesnelheid die je vanuit innerlijke rust kan ontwikkelen; helemaal met je voeten op de grond, met oog voor een ruimere realiteit dat je alleen met je verstand kan zien, lekker doorpakken, in contact met jezelf en je omstanders. Zo kan je je innerlijk verlangen stevig in de buitenwereld neerzetten.


Wijsheid en vormgeving
De wijsheid die het hart aandraagt, is in de regel zonder vorm. Hij gaat meer over de intentie, en zegt nauwelijks of niks over de vele vormen waarin je die intentie in de materie kunt gieten. Dus zodra we vorm gaan geven aan een intentie die het hart aandraagt, is het zaak dat we telkens met het hart blijven kijken of de gekozen vorm de intentie wel goed uitdraagt, net zoals een navigatiesysteem dat elk ogenblik kijkt waar je staat en hoe je vanaf die plek je doel goed kan bereiken. Dus zodra we ons ego aan het werk zetten en ons verstand en ons doen in beweging zetten, blijft het hart nodig om te zien of het wel goed uitpakt. Het kan namelijk zomaar gebeuren dat de vorm voldoet aan de regels van verstandig en handig, en dat het hart zegt "het klopt niet".

Als je een probleem hebt zoekt je verstand al snel naar een oplossing. Je verstand is goed in het analyseren en in het concretiseren van de oplossing. Beide gebeuren met logische middelen. Dus als in de wereld van emoties en van het hart gesignaleerd wordt dat er iets mis is, kan je daar met logisch gereedschap weinig mee. Je verstand heeft geen verstand van emoties en van het hart. Dan is het zaak dat je eerst met het hart kijk wat er is, en als je dat helder hebt, kan je met je verstand een wél passende vorm zoeken.

“Leven vanuit je hart” leidt er in veel gevallen toe dat je iets anders doet, maar vaak ook niet. Zo kan je iets voor iemand doen als plichtpleging of omdat het zo hoort, maar je kan dat ook van harte doen. De handeling is hetzelfde maar voor jezelf en voor de ander is het een groot verschil. Pas als je iets vanuit het hart geeft en het de ander gunt, kan je het hart van de ander raken. Dat is een feest voor twee mensen.

Het hart en eenheid
Er is nog iets bijzonders aan de hand met de wijsheid van het hart. Er leven vele mensen op onze aarde. Ze zijn allemaal anders. Ze zien er anders uit, ze hebben andere manieren om met elkaar om te gaan, ze hebben andere regels en wetten. Mensen hebben een verschillend intellect. De ene is handig, de andere niet. Ze hebben verschillende leefomgevingen, gewoonten en culturen. Verschillende belangen. Dat lijkt zó divers dat er geen eenheid van te maken valt. Die verschillen verleiden ons zo gemakkelijk tot onoverbrugbaarheid, tot tegenover elkaar staan, tot strijd. Maar dan kijken we naar uiterlijk constateerbare verschillen. Als we onze blik meer naar binnen richten, valt al gauw op dat elk mens de wijsheid van het hart in zich draagt. Op dit punt zijn we allemaal gelijkwaardig. Het hart is dé verbindende schakel. Vanuit de wijsheid van het hart kunnen we elkaar altijd bereiken. Het enige dat daarvoor nodig is, is dat we ontvankelijk zijn voor het hart. Dat we met het hart naar elkaar kijken.


Luisteren en gehoorzaam zijn
Deze twee werkwoorden betekenen zoiets van “doen wat de autoriteit zegt”. En de autoriteit kan je ouder zijn, de meester of leraar, je baas, je partner. Deze betekenis hoort bij de cultuur van ongelijkwaardigheid waarbij er een bovenstaander en een onderstaande is. De bovenstaander bepaalt wat er gebeurt en de onderstaander volgt. Omdat in onze maatschappij in vele context deze ongelijkwaardigheid te zien is, kom je deze werkwoorden regelmatig tegen.

Maar oorspronkelijk hebben deze werkwoorden een heel andere betekenis. Gehoorzaam is een van de vele deugden die op –zaam eindigen; de deugd van het horen en het luisteren. Als je die deugd goed beoefent kan je goed horen wat het hart je ingeeft. En als je goed luistert naar de ander kan je horen wat zijn hart probeert te zeggen. Goed luisteren en gehoorzaam zijn gaat dus over de deugd van conform wat het hart je ingeeft.

Zijn we wel ontvankelijk voor het hart?
Op dit punt hebben we met z´n allen een serieus probleem. Veel mensen lijken niet ontvankelijk voor het hart. Ze stellen zich hard (met een "d") op. Wat gebeurt daar toch?

Het woord "hart" is een symbool voor iets dat ontegenzeggelijk aanwezig is maar door ieder anders ingevuld of beleefd kan worden. Wat het "hart" inhoudt laat zich niet definiëren of in woorden of argumenten vangen. Als je er ontvankelijk voor bent voel je het als iets dat reëel aanwezig is. Als je er niet ontvankelijk voor bent, kan je “denken” dat je weet wat het "hart" is, maar dan kijk je slechts naar een vrucht van het denken. Of je kan het "hart" naar het rijk van de fantasie verbannen, zo van "droom maar lekker verder". Dan is het voor jou dus geen realiteit om mee rekening te houden, laat staan dat het voor jou richting bepalend zou kunnen zijn. De praktijk leert dat het vaak niet zo zwart-wit is. Een mens kan in de ene situatie ontvankelijk zijn voor het hart en in een andere situatie niet. In situaties waarin het oordeel goed of fout, of waarin het verstand of onveiligheid, of niet vervulde behoeften of pijn erg op de voorgrond staan, bestaat de algemene neiging om minder te letten op het hart. En als je langdurig niet let op het hart, zakt de ontvankelijkheid ervoor verder weg. Zo kan het gebeuren dat we het hart niet meer registreren. Daarmee zakt het hart als de verbindende schakel weg. En zo worden de verschillen weer belangrijker, en zo wordt de verleiding groter om tegenover elkaar stelling te nemen, de discussie aan te gaan, elkaar te overtuigen en te strijden. Dan gaat het om ons ego in plaats van het met ons ego uitdrukken van wat de intentie van het hart bedoelde. Dan gaat het om onze eigen belangen en de vervulling van onze eigen behoeften. En dan zetten we ons verstand, ons sociaal gevoel, onze handigheid en ons ego in als instrumenten om ons eigen hachje en dat van onze eigen mensen veilig te stellen. Het handelen zonder verbinding met het hart, maakt ons hard en geeft vaak het gevoel dat we het gelijk aan onze kant hebben. Dit is in de wereld van vandaag veel te zien. Het wordt tijd dat we meer investeren in het hart als verbindende schakel. Hoe?


Pijn
Pijn en onveiligheid maken het lastig om ontvankelijk te zijn voor het hart. Met name als het over dagelijkse behoeften gaat, maar vooral als het over wezenlijke zaken gaat. Die raken het hart. De natuurlijke reactie is dan "het hart vasthouden", of een brok in je keel, of een klomp in je maag, of hoofdpijn of een emotioneel harnas. Emotionele pijn waartegen je je wilt verweren geeft altijd emotionele én lichamelijke verstrakking. Maar het hart is dan al pijnlijk geraakt. Je gaat dan vanzelf alles doen om te voorkomen dat je weer zo pijnlijk geraakt wordt door je te pantseren. Pantseren zorgt dat er niks in kan,maar de pijn die in het hart zit, kan er zo ook niet meer uit en raakt daarin opgesloten. Zo verleidt onze behoefte aan bescherming ons om de reeds veroorzaakte pijn in te kapselen en om ons in onze schulp terug te trekken van daaruit naar buiten te spieden om te zien of we ons nog verder terug moeten trekken of in de aanval moeten gaan. Zo komt het dat we onze eigen pijn het gemakkelijkst op het spoor komen op momenten dat we met name oordelend en afkeurend naar de ander wijzen. Als we ons blik naar buiten gericht hebben, herkennen we aan de bedreiging buiten ons wanneer we in de buurt van onze eigen pijn komen. Juist dàn is het zaak om de blik naar binnen te werpen en op zoek te gaan naar je eigen pijn.
Als er veel pijn in het hart ingekapseld zit, is het ook lastig om met het hart te kijken en om je in je hart te laten raken omdat dan ook die ingekapselde pijn mee gaat stromen. En als die pijn je teveel is, kan je je weer verharden om hem te verdoven. Dus het is de pijn die in je hart is ingekapseld, die bepaalt in hoeverre je met je hart kan kijken en je je in je hart kan laten raken.

Pijn, verlangen en hart
Als het gaat om investeren in het hart als verbindende maatschappelijke schakel, is pijn een cruciaal thema. Wij gaan hier nu in onze cultuur mee om volgens de slogan: pijn is niet fijn; weg ermee. Pijn willen we geen van allen. Dus als je pijn in het hart draagt, is het niet fijn en blijven we daar dus bij weg. Maar het inkapselen van pijn is geen alternatief. Pijn is juist een belangrijke indicator dat er iets niet goed zit.
Pijn ontstaat al wanneer dagelijkse behoeften niet voldoende vervuld worden. Bij behoeften kan je denken aan alles wat je nodig hebt van je omgeving. Er zijn lichamelijke behoeften zoals eten, drinken, je ontlasting kwijt kunnen, slapen, je energie goed kwijt kunnen, gezond zijn en je energiek voelen; en er zijn emotionele behoeften die gaan over erkenning, waardering, goedkeuring, acceptatie, dat ze blij met je zijn, vertrouwen, erbij horen, opwinding, plezier, veilig zijn. En tot slot is er de pijn van het diepste verlangen om jezelf trouw te zijn en je thuis te voelen in je eigen leven.

Als aan deze behoeften niet voldoende voldaan wordt, kan je in de overlevingsstand terecht komen, waarbij je je hard maakt, voordurend op je hoede en klaar bent voor de strijd, en zo de verbinding met het hart kwijt raakt. Dan overleef je wel, maar de prijs die je daarvoor betaalt is innerlijke eenzaamheid, een leven waarin je niet jezelf kan zijn, in verbinding kan leven en je op je gemak en thuis kan voelen. Dat gaat op den duur knagen, en heel vaak in, wat wel de midlifecrisis wordt genoemd. Wij noemen dat altijd de midlife-kans omdat je dan de kans hebt om een nieuwe keuze te maken, namelijk of je leven moet gaan over je behoeften of over wie je bent.

Emotionele pijn die gaat over dagelijkse emotionele behoeften wijst vaak op diepere verlangens.
Bij diepe pijn leert de praktijk dat er sprake is van het wezenlijk verlangen dat elk mens (bewust of onbewust) het hart wil kunnen volgen, zichzelf wil zijn en zich verbonden wil voelen met de mensen om zich heen, zichzelf wil herkennen in wat hij doet, en zijn relaties als zijn thuis ervaren waarin hij zich vrij voelt om tot bloei te komen, zijn liefde vrij te laten stromen en op zijn manier aan deze wereld bij te dragen.


Perspectief
Het kunnen dragen van pijn bepaalt in hoge mate of je het hart kan voelen, of je kan voelen of het klopt en of je de liefde in vrijheid kan laten stromen. Het is dus belangrijk dat we elkaar daarbij steunen. Dan kunnen hart en behoeften en verstand meer met elkaar in evenwicht komen.

Amersfoort, 1 juli 2012 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu