Therapie-die-helpt - Kom Op eigen koers, Amersfoort

Op eigen koers relatietherapie
Op eige kompas relatietherapie
Op eigen koers relatietherapie
Op eigen koers
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Hoe vind je de psychotherapie die jou verder helpt?

In het land van psychotherapie zijn er twee wezenlijk verschillende stromingen. Een waarbij de opleiding tot zorgverlener wetenschappelijk is en de zorgverlener veelal BIG-geregistreerd is en verplicht is om alle mensen met eenzelfde diagnose eenzelfde behandeling aan te bieden. En ervaringsgerichte therapie, de stroming waarbij de opleiding gebaseerd is op manieren om uit eigen ervaring inzicht te krijgen in je levensverhaal zodat je je eigen antwoorden leert vinden in plaats van het antwoord krijgt aangereikt dat de wetenschap voor jou gevonden heeft. In dit artikel worden deze twee stromingen en hun praktische toepassing voor de duidelijkheid van elkaar onderscheiden met weglating van allerlei nuanceringen, zodat het je kan helpen kiezen welke therapie jou het beste verder kan helpen. Maar als je naar de praktijk kijkt zie je dat het niet zo zwart-wit is; de therapeuten waar je uit kan kiezen hebben vaak hun wortels in één van beide stromingen, en door bijscholing voeling opgebouwd met de andere stroming [1] of er zelfs een specialisatie van gemaakt.

Twee marktsegmenten
Bij de keuze van psychotherapie is het belangrijk om te weten dat de geestelijke gezondheid zorg (GGZ) in Nederland vanaf 1 januari 2014 bestaat uit twee marktsegmenten.
  • Het basispakket waarbij de overheid regels stelt en heeft bepaald dat je alleen maar vergoeding van zorg kan krijgen als er met het DSM-systeem (diagnostisch systeem dat veel in de reguliere GGZ wordt gebruikt) bij jou een stoornis of geestesziekte is geconstateerd, en wanneer een wetenschappelijk opgeleide BIG-geregistreer­de zorgverlener jou helpt met een behandelwijze die hij bij zijn BIG-opleiding heeft geleerd. Steeds meer BIG-geregistreerden passen ook ervaringsgerichte therapie toe. Die worden dus niet meer vanuit het basispakket vergoed. Zorgverzekeraars moeten zich ook aan de overheidsregels houden. In dit segment is er voor hen weinig winst te behalen. Preventie is binnen het basispakket zo goed als niet mogelijk. Burgers worden geacht beter voor hun eigen gezondheid te zorgen en preventie dus zelf te betalen.
  • Het vrije marktsegment waarbij je in principe zelf mag bepalen welke zorgverlener je kiest, en waarbij je zelf de kosten draagt. Vrij segment omdat de overheid hierin weinig tot niks regelt. In dit marktsegment komen zorgverleners van beide stromingen voor. Dit is het segment voor de preventieve zorg en klachten. Omdat je die zelf betaalt kan je hier zelf bepalen uit welke stroming je je geestelijke zorgverlener kiest. Zorgverzekeraars werken ook in dit markt­segment. Uit dit segment halen zij hun winst. Als je denkt dat het de moeite waard is om preventieve geestelijke gezondheidzorg aan­vullend te verzekeren, koop je zo’n aanvullend verzekeringspakket. In dat geval kan de zorg­verzekering gaan bepalen uit welke zorgver­leners je mag kiezen, vaak naar analogie van de regels die de overheid voor het basispakket vaststelt. Het kan dus gebeuren dat je dan alleen nog maar uit wetenschappelijk opgeleide GGZ-zorgverleners mag kiezen. Let hierop als je een aanvullende verzekering koopt.
De poortwachtersfunctie van de huisarts is wat de GGZ betreft vanaf 1 januari 2014 aanmerkelijk uitgebreid. Hij wordt hierbij ondersteund door de GGZ-praktijkondersteuner. Zij bepalen of er aanleiding is om een DSM-diagnose te laten stellen en of er op grond daarvan doorverwezen wordt naar zorg vanuit het basispakket of naar zorg uit het vrije marktsegment.

Verschillen tussen de wetenschappelijke en ervaringsgerichte therapiestromingen
Lees voor een uitgebreidere verhandeling ons artikel “De wetenschappelijke bril en de inzichtbril” [2]. De natuurwetenschappelijke bril, een manier van kijken naar de werkelijkheid, heeft ons de afgelopen eeuwen veel gebracht. Het heeft onze aandacht gefocust waardoor zaken zichtbaar zijn geworden en we veel van de wereld om ons heen hebben leren begrijpen.
Die bril is zó waardevol gebleken dat de verleiding groot is geweest om die bril te verheffen tot dé bril die de werkelijkheid voor ons ontsluit. De natuurwetenschappelijke bril versmalt de inhoud van het woord “begrijpen” als begrijpen door theorievorming die gebaseerd is op de logica, hypothesen, verklaringen en objectieve toetsing/bewijs, toepassing en effectieve voor­spelling. Zo heeft de door de overheid erkende geestelijke gezondheidzorg (GGZ) die zich van de natuurwetenschappelijke manier van kijken bedient, te kampen met die beperkte blik.
Maar er is ook nog de inzichtbril waarbij “begrijpen” wordt opgevat als “snappen door te ervaren hoe iets werkt, zonder dat daar de logica bij te pas komt”. Dit is begrijpen waarbij je naar binnen gaat en kan voelen of het klopt, waarbij een inzicht komt zoals het kwartje valt. We hebben dus twee waardevolle brillen te pakken, twee waardevolle manieren van kijken:
  • de natuurwetenschappelijke bril die op basis van grote aantallen metingen een uitspraak doet over wat gemiddeld, gemeten in grote groepen patiënten een meetbaar resultaat heeft (dat is dus iets anders dan dat het voor iedereen werkt), en zo wetenschappelijke en objectieve kennis oplevert die voor iedereen lijkt te gelden, en
  • de inzichtbril die uitnodigt om met aandacht te kijken naar wat je ziet, en met aandacht te kijken naar hoe je gevoelswaarden bepalen hoe je kijkt en wat je ziet; kennis die voortkomt uit ieders persoonlijk verhaal en die bij uitstek subjectief is, je eigen kompas is. De inzichtbril levert kennis op die we ten behoeve van het duidelijke onderscheid met wetenschappelijke objectieve kennis betitelen als wijsheid.
Overeenkomst van beide brillen is dat ze beginnen met waarnemen. Essentieel verschil is dat de wetenschap uit is op interpretaties en wetmatigheden die algemeen geldig zijn (objectiviteit), terwijl de inzichtbril ieder zijn eigen interpretatie van zijn levensverhaal helpt vinden (subjectiviteit). 
De wetenschapsbril en de inzichtbril bestrijken dus twee zeer verschillende gebieden, en dragen allebei bij aan het begrijpen van onszelf en van deze wereld en hoe we ons daartoe verhouden. Beide zienswijzen zijn dus gewoon anders en vullen elkaar prachtig aan. Ze laten elk zeer verschil­lende facetten van dezelfde wereld zien.  
Gelukkig is er ook nog sociaal psychologisch weten­schappelijk onderzoek waarbij met fenomenologisch onderzoek goed werk is geleverd, en met name boven tafel is gehaald hoe belangrijk de therapeutische relatie is voor het slagen van therapie. Daarover later meer.

Schets van de werkwijze van de twee stromingen
Bij het doorverwijzen door huisarts of diens praktijk-ondersteuner GGZ maar ook bij het kiezen door een patiënt of een cliënt van psychotherapie die hem verder helpt, is het nodig om aan te sluiten bij de hulpvraag en om goed te kijken welke zorg daarbij nodig is. 
Als een patiënt dreigt om te vallen en het zelf niet meer aan kan, kan deskundig advies op grond van wetenschappelijk onderzoek gewenst zijn om het leven weer aan te kunnen. De zorgverlener is de deskundige die kan bepalen wat het probleem is en wat er nodig is om dat te verhelpen, en van de patiënt wordt gevraagd om de nodige behandeltrouw op te brengen en te doen wat hem wordt aangereikt en voorgeschreven. Met name is er dan farmaceu­tische behandeling die het lichaam ondersteunt en therapieën die veelal het verstand, de ratio, als ingang hebben om te leren je emoties te beheersen zoals cognitieve therapie en gedragstherapie en RET. De therapieën zijn vaak geprotocolleerd. De zorgverlener is de deskundige. Hij is gecertificeerd voor het stellen van een DSM-diagnose, en hij past zijn wetenschappelijk onderbouwde theorieën, methoden en modellen toe en zet zijn kennis in om het probleem van de patiënt op te lossen. Door de aangereikte oplossing te leren kan de patiënt die in de toekomst wanneer dat nodig is telkens weer gebruiken. De werkverhouding is die van de deskundige die professioneel afstand bewaard om niet persoonlijk betrokken te raken bij de patiënt, om zo vanuit zijn weten­schappelijke discipline te kunnen blijven kijken naar wat goed voor de patiënt is.
Als de cliënt daarentegen juist de mogelijkheid zoekt om eigen inzicht, eigen antwoorden, eigen verantwoordelijkheid voor zijn leven te dragen en eigen wijsheid te verwerven, om te leren leven op een manier die helemaal bij hem past, dan is juist ervaringsgerichte therapie op zijn plaats. Ervaringsgerichte therapie helpt je jezelf te leren kennen vanuit je eigen ervaring. Helpt je je inzicht­bril te gebruiken zodat je in allerlei levenssituaties zelf leert achterhalen hoe je erin staat en wat bij je hoort. Ervaringsgerichte therapie leert je met name kijken naar hoe je je verhoudt tot jezelf en tot je omgeving, hoe je in die wisselwerking je plek inneemt. Het leert je je eigen fysieke, emotionele, en spirituele en energie-signalen in combinatie met je verstandelijke signalen te verstaan. Met name deze combinatie is van belang. Als je bijvoorbeeld met name verstandig door het leven gaat, loop je het risico dat je je lichamelijke, je emotionele en je spirituele signalen over het hoofd ziet. Ervaringsgerichte therapie helpt je de natuurlijke processen in en om je heen te leren kennen vanuit je eigen ervaring en vanuit de spiegel die je omgeving je aanbiedt. Ervaringsgerichte therapie is een professionele spiegel. Je doet kennis op door zelf te leren voelen wat klopt. Deze laatste kennis is per definitie subjectief omdat die specifiek bij jou hoort en op jouw eigen ervaring gestoeld is. Deze kennis kan uitgroeien tot wijsheid. En wijsheid haal je alleen uit jezelf. Ervaringsgerichte therapie helpt bij de groei naar wijsheid.  
Wijsheid is dus heel anders dan onze wetenschappelijke kennis. Die laatste is namelijk gebaseerd op objectiviteit, wat onder andere betekent “losgemaakt van de persoonlijke en subjectieve invloeden”. De wetenschap gaat over wat anderen vinden en gevonden hebben. Bij ervaringsgerichte therapie wordt ook wel gebruik van wetenschappelijke kennis, maar de kern draait toch om leren begrijpen vanuit eigen ervaring, om het groeien in eigen verantwoordelijkheid.

Welke soort hulpvraag vraagt om welke psychotherapiestroming
In het basispakket, dus bij de wetenschappelijk opgeleide GGZ-zorgverleners en behandelmethoden, gaat het vooral om patiënten die op eigen kracht niet meer overeind kunnen blijven, of een gevaar voor zichzelf of voor hun omgeving zijn, en dringend hulp nodig hebben. Hier is dus sprake van een serieuze DSM-diagnose. Ze krijgen een behandeling die voorgeschreven is bij hun diagnose. De zorgver­lener neemt de verantwoordelijkheid voor de behandeling. 
Er zijn veel patiënten die zich bij ervaringsgerichte therapeuten melden met de mededeling dat ze bij de wetenschappelijk geschoolde zorgverlener niks van zichzelf leren en alleen maar een behandeling krijgen die is gebaseerd op de ver van hen afstaande wetenschap die geen helderheid geeft in hun persoonlijk verhaal, en zelfs die het onder schoffelt in plaats van dat ze ermee leren omgaan. De klachten kunnen dan tijdelijk even verdwijnen, maar komen terug. 
Cliënten van ervaringsgerichte therapeuten vragen zich in allerlei toonaarden af hoe ze enerzijds de vrijheid kunnen nemen om zichzelf trouw te zijn en een leven te leiden waarin ze zich thuis voelen. Anderzijds hoe ze dat kunnen doen in verbinding met de wereld om hen heen, met alle normen, verleidingen en verwachtingen van dien. De mens is een sociaal dier. Iedereen wil erbij horen, voelen dat hij ertoe doet, dat hij gehoord en gezien wordt; dat hij gewaardeerd wordt, en dat er van hem gehouden wordt. Zonder die verbinding voelen cliënten zich in de wereld niet thuis. Ze maken zich los en overleven het wel, maar in innerlijke eenzaamheid. Dus hoe kan je jezelf zijn, je thuis voelen in je leven én in verbinding leven, omgaan met de wereld om je heen? Bij ervaringsgerichte therapie gaat het om dit spanningsveld. 
Als je niet weet hoe je met die spanning om kunt gaan, kan het zich vertalen naar emotionele pijn, lichamelijke spanning die op den duur tot pijn, fysieke klachten, DSM-stoornissen en ziekte kan leiden. De meest gebruikelijke manier om met die spanning en pijn om te gaan is zorgen dat je ervan af komt. Als je de spanning niet meer voelt, lijkt het opgelost. Maar als het spanningsveld tussen jezelf zijn en erbij horen dan nog steeds bestaat, dan is de oplossing van tijdelijke aard. Dan is een diepgaander zelfonderzoek nodig. Onderzoek waarbij het verhaal achter de spanning op tafel kan komen, of het nu emotionele of fysieke spanning is, of drukte en krampachtigheid in het denken, krampachtigheid in de sociale omgang of de vraag “waar doe ik het eigenlijk allemaal voor?”  Juist dan is ervaringsgerichte therapie op zijn plaats. Hier is een behandeling die bij een aantal mensen wetenschappelijk aantoonbaar heeft gewerkt, een te algemene benadering om het persoonlijk verhaal achter de klachten boven water te krijgen.

Concrete voorbeelden
Om een indruk te geven welke mensen baat kunnen hebben bij ervaringsgerichte therapie zijn hier wat concrete voorbeelden. Overeenkomst tussen al die voorbeelden is dat de cliënt zijn eigen verhaal wil snappen, en zelf richting aan zijn leven wil leren geven.
  • Emotionele pijn en benauwenis is vaak een signaal dat de mens in zijn leven teveel afwijkt van het leven dat bij hem hoort, zichzelf te weinig trouw is. Het wegstoppen van de pijn en benauwenis kan tijdelijk verlichting geven om het vol te houden of te overleven. Maar leidt vaak tot een grotere pijn en benauwenis, die een dringendere oproep zijn om anders met zichzelf en het leven te leren omgaan.
  • Mensen die met hun verstand een emotioneel probleem proberen op te lossen en merken dat ze er niet uit komen.
  • Kinderen die in een emotioneel labiel gezin leven en zo emotioneel in de knel komen. Deze beknelling komt overigens vaak pas aan het licht als ze volwassen zijn.
  • Depressie laat zich als symptoom vaak goed behandelen met medicijnen. Maar de emotionele kant van bepaalde depressies is dat de cliënt het zo lastig vindt om met de pijn of met de wereld om zich heen om te gaan dat hij zich ter bescherming in zichzelf terugtrekt. Hij neemt dan zijn plek niet meer in. Met medicatie leert hij niet anders met zijn pijn en met de wereld omgaan. Met ervaringsgerichte therapie kan hij dat wel leren, eventueel samen met medicatie.
  • Hoe lastig het kan zijn om een plek in te nemen die je past en waar je je thuis voelt, wordt nergens zo goed zichtbaar als in een beginnend stiefgezin. Dat is namelijk een systeem waarin veel partijen, ook partijen die geen biologische band met elkaar hebben, onderling moeten stoeien  om ieders plek duidelijk te krijgen. Dat is zo lastig dat het vaak veel gedoe geeft, met het risico dat er weer een gezin uit elkaar valt.
  • Mensen die niet langer willen overleven maar willen leven.
  • Mensen met lichamelijke ongemakken waar emoties een (mogelijk zelfs oorzakelijke) rol spelen.
  • Mensen die rationeel in het leven staan, trekken vaak juist niet-rationele gevoelige partners aan. Ze vullen elkaar prachtig aan. Dat kan jarenlang naar tevredenheid zijn, totdat ze gaan voelen dat ze in zo verschillende werelden leven dat ze elkaar niet kunnen bereiken. Een crisis biedt dan de gelegenheid om te onderzoeken of ze een brug kunnen slaan. 
  • Omdat de ziektebeelden van het DSM-systeem ontworpen zijn in een poging om combinaties van symptomen te herkennen als samenhangend kenmerk voor een achterliggend emotioneel probleem, maar dat verband in veel gevallen nooit weten­schappelijk is aangetoond, komt het regelmatig voor dat patiënten zich niet geholpen voelen met de behandeling die is voorgeschreven bij hun DSM-diagnose maar juist wel baat hebben bij ervaringsgerichte therapie omdat er dan aandacht is voor hun persoonlijk verhaal.

De kwaliteit van ervaringsgerichte therapie door ECP-therapeuten (NAP[3])
ECP-therapeuten zijn ervaringsgericht. ECP betekent Europees Certificaat voor Psychotherapie.
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken (zie Lambert & Barley  [4] en “De werkalliantie als sleutelelement in het Therapiegebeuren”  [5], en ´Therapeutic Alliance: Improvement Treatment Outcome”  [6]) dat de kwaliteit van therapie maar voor een klein deel bepaald wordt door de therapiesoort die wordt ingezet, maar juist voor een groot deel bepaald wordt door de kwaliteit van de therapeutische relatie en de menselijke nabijheid en betrokkenheid daarin, en van de zichtbaarheid van de persoon van de therapeut en de mate waarin de cliënt zijn verantwoordelijkheid neemt in het therapeutisch proces en daartoe uitgenodigd wordt. Hier is sprake van een bijzonder kwaliteitsaspect van ervaringsgerichte therapeuten, en met name van ECP-therapeuten in vergelijking tot veel BIG-geregistreerde zorgverleners die in eerste instantie opgeleid zijn in het doen van wetenschappelijk onderzoek en pas bij hun specialisatie het vak van therapie hebben geleerd. ECP-therapeuten, die overigens 1400 opleidingsuren meer hebben genoten dan de academisch opgeleide psychologen, worden gericht opgeleid in het opbouwen van een menselijke relatie en ze leren zich te verbinden met het verhaal van de cliënt zonder dat ze zichzelf daarin verliezen. Juist door die professionele nabijheid (als tegenhanger van professionele distantie) zijn zij in staat het verhaal van de cliënt te spiegelen waardoor die zijn eigen verhaal leert erkennen. Voor het opbouwen van die persoonlijke basis zijn de volgende facetten belangrijk:
  • de belangrijkste vraag bij de intake is of de cliënt en de therapeut samen een veilige relatie kunnen beginnen. De kwaliteit van de ontdek­kingstocht van de cliënt staat of valt immers met de kwaliteit van de veiligheid en de klik.
  • wederzijds vertrouwen is nodig.
  • ont-moeting, niet oordelen maar met name beschrijvend kijken, wat nodig is om goed te kijken naar wat er is.
  • commitment, en betrokkenheid.
  • aandacht voor de cliënt en zijn subjectieve beleving van zijn leven.
  • respect voor het verhaal van de cliënt en de interpretatie ervan aan de cliënt laten.
  • aanmoediging om eigenwijs te zijn en niks voor zoete koek te slikken en vooral de eigen ervaring serieus te nemen, om zo steeds beter te leren voelen wat bij je past en hoe je jezelf trouw kunt zijn.
  • de aanmoediging van de cliënt om kritisch mee te kijken en om de vrijheid te nemen om dat in te brengen.
In een dergelijke therapeutische relatie is er enerzijds een menselijke gelijkwaardigheid, en tegelijkertijd een functionele ongelijkwaardigheid omdat cliënt en therapeut duidelijk verschillende rollen hebben. Zo bouwen therapeut en cliënt een therapeutische relatie op waarbij in de dynamiek zichtbaar wordt hoe de cliënt zich tot zichzelf verhoudt en hoe hij zijn plek inneemt. Dit brengt duidelijkheid die heel precies past bij het persoonlijk verhaal van de cliënt. 
En daarnaast hebben ECP-therapeuten ook de noodzakelijke basiskennis in hun opleiding meegekregen van de wetenschappelijke stand van zaken in de GGZ.
En tenslotte draagt de herregistratie bij aan de kwaliteit van de ECP-therapeuten. De herregistratie voor BIG-geregistreerde GZ-psycholoog, die pas op 1 jan. 2017 ingaat, stelt slechts de eis van gemiddeld 1½ werkdag per week [7], waarvan niet omschreven is hoeveel % daarvan contacturen met patiënten moeten zijn; van hem wordt geen deskundigheids­bevordering verlangd. ECP-therapeuten moeten al jaren jaarlijks aantonen dat ze voldoende intervisie, supervisie, na- en bijscholing hebben gevolgd, congressen en studiedagen hebben gevolgd en hun literatuur hebben bijgehouden. 

Zie voor meer informatie over de kwaliteit van de ECP-therapeut: het beroepsprofiel van de ECP-therapeut [8]
september 2013, Amersfoort



Literatuur

[1]       Integrale psychiatrie: http://www.congresintegralepsychiatrie.nl/
[2]      “De wetenschappelijke bril en de inzichtbril”: http://www.opeigenkoers.nl/inzichtbril.htm
[3]      Nederlandse Associatie voor Psychotherapie: http://www.nap-psychotherapie.nl
[4]      Research summary on the therapeutic relationship and psychotherapy outcome, Lambert, Michael J., and Barley, Dean E. : http://psycnet.apa.org/journals/pst/38/4/357/
[5]     “De werkalliantie als sleutelelement in het Therapiegebeuren” : http://iturl.nl/snTZYQ
[6]     “Therapeutic Alliance: Improvement Treatment Outcome”: http://iturl.nl/sn2XJ
[7]     NIP over herregistratie van GZ-psychologen: http://iturl.nl/snGMp
[8]    Het beroepsprofiel van de ECP-therapeut: http://iturl.nl/sn1Ow
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu